Professor Battjes bij Hoogwaterplatform

 

 Dinsdagavond hield het Hoogwaterplatform haar Algemene Ledenvergadering in Dorpshuis de Sprong te Ooij. Diverse leden waren naar het dorpshuis gekomen om deze vergadering bij te wonen en niet in het minst om het verhaal van de gastspreker, de adviseur van het Hoogwaterplatform, professor Battjes te horen over de stormvloed Katrina. Hij was als enige Nederlandse deskundige enkele malen in New Orleans geweest. Daarbij bleek, dat wij het hier in de Ooijpolder helemaal niet slecht doen. Tijdens de vergadering werd afscheid genomen van bestuurlid Wim Arnts en werd Ir. F.Frederiks uit Ooij in het bestuur opgenomen.  dscf3479

 

 

Delfts hoogleraar tijdens Hoogwaterlezing:

 

"Wie de schoen past trekke hem aan......."

 

Met deze zin besloot emeritus hoogleraar vloeistofmechanica Prof. Dr. J. Battjes uit Delft zijn hoogwaterlezing in Ooij op dinsdag 6 juni in de Sprong. Hij was indertijd als een van weinige buitenlandse deskundigen uitgenodigd door de Amerikanen om zijn visie te geven over de gebeurtenissen in het rampgebied van New Orleans toen daar vorig jaar augustus de orkaan Katrina had huisgehouden. Lag de bijna vernietiging van het gebied aan de buitengewone natuurkrachten die via deze hevige storm waren ontketend, lag het aan de kustbeveiliging via dijken en andere kunstwerken, lag het aan de organisatie van de verdediging en of aan de organisatie van de hulpverlening? Inderdaad, de omstandigheden waren extreem slecht. Op zee werden in deze orkaandame werden windsnelheden gemeten van 75meter/seconde, dat wil zeggen van ongeveer 270 kilometer per uur. Tijdens de februariramp in 1953 in Zeeland en Zuid-Holland kwam "onze"orkaan in de buurt van Schotland op 35 meter/seconde, oftewel 125 kilometer per uur. Op zee midden in de Golf van Mexico werden in Katrina golfhoogten bereikt van ongeveer 30 meter. Ter vergelijking een gemiddeld huis in Nederland meet ongeveer 6 tot acht meter hoogte. Hierbij kwam nog het opwaaien van het water door een forse oostenwind, waardoor het water ongeveer 8 meter extra hoger werd opgestuwd. Dan is het belangrijk om te weten hoe het gebied er bij ligt. Door een aantal oorzaken ligt de bodem van de rivier de Mississipi hoger dan het omringende land, sommige stukken liggen zelfs beneden zeeniveau. Ook was het zo dat er net als in Zeeland in 1953 ook meerdere rivierarmen naar zee stroomden, waardoor je heel veel kilometers dijk nodig hebt en moet onderhouden. In zo'n situatie moet je dus extra bedacht zijn op een goede en goed georganiseerde waterkering. Was dit ook zo? Volgens professor Battjes waren er veel goed geconstrueerde dijken, daar was niks mis mee en dat bleek ook, ondanks de extreme omstandigheden. Wat wel opviel was dat er hier en daar zwakke punten waren. Dit kwam omdat de betreffende dijk bijvoorbeeld nog niet gereed was, het bouwen duurt dus te lang. Maar ook werd duidelijk dat de aansluitingen van de kunstwerken niet met elkaar spoorden, beter gezegd, niet van dezelfde hoogte waren. Kruisingen met spoorlijnen of autowegen bleken technisch niet waterdicht te zijn aangelegd. Dit laatste had dan te maken met de omstandigheid dat de regie over de autowegen en de spoorwegen bij een andere instantie was ondergebracht dan de bestuurders die over de waterkeringen moesten waken. Deze laatsten hadden niet alleen niet het laatste woord over de veiligheid, maar ook vaak te weinig budget, dus konden zij niet doen wat zij eigenlijk vanuit hun verantwoordelijkheid noodzakelijk vonden. Het behartigen van deelbelangen, lees de olie- en gasindustrie lijkt daar te ver te zijn doorgeschoten. Vaak betekende het uitstel van aanleg van werken, immers de een wacht op de ander. Verder waren er ook waterkeringen verkeerd ontworpen en aangelegd, met name een aantal betonnen waterkeringen bleken zo slecht ingemeten en gefundeerd dat zij het onder forse druk wel moesten begeven. Ook bestuurlijk dient er nog wel wat te veranderen. Soms komt er ook nepotisme (vriendjespolitiek) voor, waardoor een zakelijke belangenafweging wordt bemoeilijkt. Soms zijn er ook besturen die hun bestuurlijk budget inzetten voor andere doelen dan waarvoor ze bedoeld waren. Dat kenden we hier enige tijd geleden ook nog, toen een geldenbeheerder bij een overheidslichaam meer rente voor zijn gelden dacht te krijgen door deze anders dan voorgeschreven in te beleggen. Verder is het zo dat politici daar wellicht nog meer dan hier bij de waan van de dag hun aandacht en hun gelden inzetten. Voor een waterkering met per definitie belangen en effecten op lange termijn, kan dat desastreuze gevolgen hebben. Alles bij elkaar opgeteld een samenloop van ellendige omstandigheden. Hoewel de Amerikanen ontzettend hard aan het werk zijn, is toch pas ongeveer 35 % van de mensen naar "zijn" stad teruggekeerd. Het vermoeden bestaat dat velen elders een ander bestaan zijn gaan opbouwen, Amerikanen lijken daar wat gemakkelijker in te zijn dan Europeanen. Voor de "achterblijvers" duurt het herstel dan extra lang, immers zonder inwoners heeft een stadsbestuur geen budget en zonder geld kan zelfs een overheid niet veel uitrichten, een beetje het kip en ei-idee. Zou dit in Nederland ook hebben kunnen gebeuren? Orkanen heb je hier niet zo veel, dus ... zitten we dan veilig? Ook Nederland ligt in ieder geval voor een deel beneden zeeniveau en dus is het zinnig om in ieder geval de vinger aan de pols te houden. De vraag "hoe zit het met onze kustverdediging", dient met een zekere regelmaat gesteld te worden, immers Nederland is ook al eeuwen een dalingsgebied. Kun je met een duinenrij volstaan, of moet je een slaperdijk of -duin te beschikking hebben? Kun je als je naar de situatie in het Westland kijkt, zeggen dat altijd het waterbelang vooropgestaan heeft? Kun je als je naar de benutting van de uiterwaarden, ook voor natuurbeheer, altijd zeggen dat de doorstroming van het water prioriteit heeft? Kun je als je naar de veiligheid kijkt, zeggen dat er altijd gebouwd wordt buiten de rivierbedding of zo min mogelijk in de laagst gelegen polders? Is het zo dat door de forse schaalvergroting de intussen "ver weg" zetelende bestuurders nog wel voldoende kennis over de dijken ter plaatse bestaat? Zo zou je nog even kunnen doorgaan en het is dan de vraag of wij het dan zo veel beter doen dan de Amerikanen, misschien gaan we wel die kant uit met onze doorgeschoten bewondering voor de marktwerking en de daarvan afgeleide waarden en normen. Is het de schoen die menigeen past of hebben we toch samen een groter belang? Piet Soerier.