Cyclische verjonging Millingerwaard

 

 

 dscf2163 Het rooiwerk in het kader van het project Cyclische Verjonging Millingerwaard is begonnen. Op het traject van de toekomstige geulen wordt nu het bos gekapt. Theo Wijers van SBB begeleidt de werkzaamheden, bosaannemer Roodbeen voert het werk uit. Met de rooi-actie wordt tegemoet gekomen aan de eis van RWS om de hoogwaterstremming op te heffen. zie de foto's

Hierbij een aantal foto's van de kapwerkzaamheden in het Kekerdomse deel van de uiterwaard, gezien vanaf de Beijer. Je wordt er niet vrolijk van want het werk slaat nou eenmaal een groot litteken en grote machines maken grote sporen. Desalniettemin verloopt het werk snel en secuur met een zogenaamde harvester. De wilgen gaan tegen de vlakte, maar de eikjes en hardhout-struweelsoorten blijven gespaard. De gezaagde bomen worden verzameld op een paar grote stapels die straks met een grote snippermachine tot houtchips worden verhakseld. Daarna gaat de boel naar de groene centrale in Cuyk. Eind augustus hebben SBB, ARK en vrijwilligers het rooitracé reeds nauwgezet van merktekens voorzien. Die inspanning heeft geloond want daardoor kan de aannemer nu snel en secuur werken.

Machines slaan diepe wonden in ooibos


Het gebeurt met beleid en ka­rakteristieke en zeldzame bo­men en planten worden ge­spaard, maar toch doet het liefhebbers pijn; de manier waarop momenteel nieuwe natuur wordt gerooid in de uiterwaard bij Kekerdom.

Door BAS VAN DER HOEVEN
S
taatsbosbeheer en ARK Natuurontwikke­ling noemen de kaalslag in het ooibos bij Kekerdom ‘ cycli­sche verjonging'.
Maar dit is geen ver­jonging, dit is dood­slag. The Kekerdom chainsaw massacre.
Geronk, gekraak, alles verpletterende rups­banden. De flora valt bij bosjes, fauna maakt zich ij­lings uit de poten.
Maar het moet.
Rijkswaterstaat heeft bere­kend dat al die struiken en stammen bij hoogwater voor opstuwing van het waterpeil zorgen. In de Millingerwaard betekent dat een stijging van liefst 2,5 centimeter. Overal moet nieuwe natuur in de ui­terwaarden langs de rivieren gekapt worden.
Veiligheid voor alles.
Gelukkig is de natuur taai.
Neem nu de natuurlijke cycli­sche verjonging waarbij een keer in de zoveel jaar de rivier genoeg heeft van geven en ver­woestend neemt. De kabbe­lend aangevoerde zaden, in­middels bomen en planten, worden door het kolkende water ontworteld en meege­sleurd. De rivier geeft, de rivier neemt.
Daarna groeit en bloeit alles weer vro­lijk op en na pakweg een mensenleven is al­les weer als vanouds.
Maar mensen willen en kunnen geen mensenleven wachten. Gelukkig hoeft dat ook niet. Het grootste gedeelte van de Millingerwaard blijft on­gerept. En op de plaatsen waar nu wordt gekapt, worden straks nevengeulen gegraven.
Nog meer waterberging en nog mooiere natuur. 

Cyclisch verjongen Natuur en veiligheid gecombineerd Langs de grote rivieren in Nederland gaan veiligheidsmaatregelen en winning van klei, zand en grind hand in hand met natuurontwikkeling. Delfstoffenwinning schept ruimte voor water, maar biedt ook nieuwe kansen voor een lang verdwenen natuur in de uiterwaarden. Op sommige plekken in ons rivierengebied liggen de dijken echter zo dicht bij de rivier, dat het herstel van natuurelementen als oeverwallen en ooibossen een belemmering voor het water kan vormen. Cyclische verjonging kan de ruimte voor het water handhaven en tevens inspelen op de natuurlijke dynamiek van grote rivieren. Uitbanning oerkrachten Vroeger kwamen langs de rivieren volop ooibossen, rivierduinen en nevengeulen voor. De uiterwaarden bevatten een ongekend rijk ecosysteem. Tijdens overstromingen brak de kracht van water of van ijsgang obstakels als bossen en oeverwallen open. De rivier forceerde doorbraken en verlegde continu zijn loop. Hierdoor behield hij altijd voldoende ruimte voor zijn waterafvoer en ‘verjongde' bij tijd en wijlen de natuur. Aan dit proces maakten mensenhanden een einde. De mens wilde het land rond de rivier kunnen bewonen en bebouwen, en legde de rivier vast in een strak korset van kribben, dijken en kades. De weerbarstige rivierkrachten werden getemd. Van oerkracht naar mechanische kracht Sinds 1990 zien we een omgekeerde ontwikkeling. In nieuwe natuurgebieden langs Waal, Rijn en Maas mag de rivier weer deels haar oude krachten tonen en herstellen flora en fauna zich. Oeverwallen met zeldzame stroomdalbegroeiing prijken op de oevers, stuivende rivierduinen herstellen zich en weelderig ooibos maakt uiterwaarden tot een heuse jungle.
Op sommige plaatsen kan het succes van natuurontwikkeling echter botsen met de ruimte die het water soms nodig heeft. Een snel groeiend ooibos kan een remmend en opstuwend effect van wel enkele centimeters op hoogwater hebben. Ook zand- en grindafzettingen kunnen de ruimte voor het water verminderen. Aangezien mensenhanden de oerkrachten van de rivier beteugeld hebben, moeten diezelfde handen zijn overstromingsgebied ook ‘schoonhouden'. We grijpen echter in op een manier die past bij wat de rivier ook zelf zou hebben gedaan. Zo'n manier van ingrijpen noemen we cyclische verjonging. Van de nood een deugd maken De cyclische verjongingsmaatregelen stemmen we af op de eigenschappen van de rivier ter plaatse én op de ritmiek van de natuur. Rooi- en graafactiviteiten zullen daarom steeds plaatsvinden in het overstromingsseizoen, tussen september en maart. Het te rooien hout gaat naar de biocentrale voor de opwekking van groene energie; zand en klei krijgen eveneens een marktbestemming. Ook zult u zwaar materieel in het terrein zien. Onvermijdelijk, wil een klus in beperkte tijd geklaard zijn. Voor u als natuurliefhebber en recreant zal het even wennen zijn; het werk zelf en de sporen die het aanvankelijk achterlaat kunnen heel ingrijpend zijn. De vroegere boserosie en doorbraken van de rivier waren echter ook geen zachtzinnige processen. Naar verwachting zullen na een hoogwater en een groeiseizoen de sporen ook nu snel gewist zijn. Uiteindelijk levert het nagebootste afbraakgeweld zelfs een extra bijdrage aan het ecologisch herstel. Er ontstaan immers steeds weer nieuwe pioniersituaties waar talrijke planten en dieren geschikte plekken vinden.
Oud riviergeweld:Cyclische verjonging:
stroken ooibos weg eroderen (hoogwater)geulen graven in een gesloten bos
geulen uitslijpen graven van nevengeulen, uitgraven van een verlande geul
oeverwallen doorbreken afgraven van zandwallen, perforeren of verwijderen van dwarsdammen
Pionieren Cyclische verjonging zorgt voor het ontstaan van talrijke pioniersituaties: van zandige stranden tot grindbanken en van slibrijke oevers tot metershoge steilwanden. Door de afwisseling van natte naar droge en van voedselrijke naar arme grond, leven hier talrijke gespecialiseerde planten en dieren. Op de zandbanken voelen zich talrijke kleine insecten thuis die worden bejaagd door zand- en grindwolfspinnen. Deze dienen weer als voedsel voor vogelsoorten als de kleine plevier en oeverloper. Boomsoorten als katwilg en zwarte populier zijn zelfs volledig aangewezen op deze vochtige, open plekken om te kiemen. En doen dat op een kale zandplaat dan bijvoorbeeld ook massaal. De rol van grote grazers Vooral oude, dichtgegroeide kleiputten vormen een belemmering voor de waterdoorstroming. Deze stammen uit de tijd dat in het natuurbeheer nog geen grote grazers werden ingezet zodat de begroeiing hier vrijuit zijn gang kon gaan! Natuurlijke begrazing met runderen en paarden kan bosontwikkeling niet tegenhouden, maar wel remmen. De grazers houden kiemende bomen en struiken goed kort. Aanvulling in de vorm van bosgrazers als het edelhert, zorgt ervoor dat bomen en struiken nog minder de kans krijgen te groeien. Naar de terugkeer van edelherten in de uiterwaarden vindt inmiddels onderzoek plaats. Een andere houteter van kaliber is de bever. Ook hier in de Gelderse Poort laten ze hun indrukwekkende invloed flink gelden! Direct langs watergangen knagen ze veel bomen om en ontstaat een open terrein. De verwachte groei van de beverpopulatie doet die invloed toenemen. Cyclische verjonging in de Millingerwaard Uit berekeningen van Rijkswaterstaat blijkt dat de uitbreiding van de natuur in het Kekerdomse deel van de uiterwaard zorgt voor 2-3 cm stijging van het hoogwaterniveau ter plekke. De aanwas van het Millingerduin en de toegenomen oppervlakte ooibos zijn daar debet aan. Uit oogpunt van rivierveiligheid eist de overheid compensatie van dit hoogwatereffect. In het winterseizoen van 2005/2006 worden daarom speciale maatregelen getroffen om de waterstremming te neutraliseren. De grondeigenaren en natuurorganisaties hebben in overleg met Rijkswaterstaat het tracé en de aard van de ingrepen vastgesteld. Het Millingerduin blijft onaangeroerd maar er wordt wel een flinke strook ooibos gerooid en een paar dwarskades aangepakt. Hoewel zwaar materieel wordt ingezet, is wel sprake van maatwerk want bij de uitvoering wordt rekening gehouden met de natuurwaarden in het terrein. Locaties met beverburchten en zeldzame begroeiing worden ontzien en blijven als eilandjes gespaard.


in de oranje gekleurde terreinen worden bomen gerooid en kades verlaagd de verwachte situatie na cyclische verjonging