55 jaar Ooijse KBO

 dscf4096  

Zaterdagmiddag vierde de Ooijse KBO (de Seniorenbond) in de Sprong te Ooij haar 55 jarig bestaan. Deze keer niet met een receptie maar met een feestmiddag voor al haar leden. Zo begon de middag na de opening met een optreden van het Nijmeegs Blaasensemble met bekende opera melodieën, gevolgd door het verhaal over een computerfreak door de Ooijse Klinker.  Verder waren er optredens van de Ooijse Meiden, Marcel Driessen met zijn accordeon, de Spetters met als sluitstuk een optreden van het Koor Cantabile uit Horssen. zie de foto's

 

Ooijse KBO viert op waardige wijze zijn 55 jarig bestaan.

 

Zaterdagmiddag 21 oktober was ons aller Dorpshuis De Sprong gevuld met 200 jubilerende Ouderen uit Ooij en hun gasten. Al vijf jaar lang was er gespaard om dit middagje uit te kunnen financieren. De feestcommissie onder leiding van Ton Kamps had dan ook de nodige geldelijke steun in de rug om er iets aantrekkelijks van te maken. De formule werd: voor "elck wat wils". Immers net zo als elders in onze samenleving hebben ook ouderen verschillende voorkeuren. Dit krijgt nog eens een extra accent nu er een nieuwe generatie lijkt te gaan aantreden. Het Nijmeegs Blaasensemble of was het Nijmeegs Blazersensemble beet de spits af. Melodieën van Mozart, in dit geval uit de "Bruiloft van Figaro" naar een toneelstuk van De Beaumarchais. Speelse klanken over stoute gedachten van een Graaf over de schoonheden van andere dames en dat hoor je ook en zeer romantisch het verdriet van zijn gade: hoofs, in mooie woorden, hartstochtelijk, intens verdrietig en met een zijden zakdoekje voor de tranen. Andere Gravinnen redden zich daar toentertijd wel mee door aan een hoveling haar gunsten te verlenen, maar toch, zo begin je natuurlijk niet. Vervolgens een muziekstuk geschreven door iemand van de Overkant als een Ode aan de Betuwe. Maar dat zijn gevaarlijke dingen. Als je over een liefdesverklaring te lang doet dan is de geliefde al van verveling in slaap gevallen. Het antwoord laat zich raden. Een paar stukjes was overigens echt heel aardig. De dans van de Meeuwen en de Dorpsharmonie waren zeer herkenbaar. Vervolgens wat "eigen werk" met de Ooijse Klinker. Een verhaal over dellen, harde en zachte waren, oftewel in hedendaags Nederlands "hardware"en "software". Iedereen die kleinkinderen heeft en geen computerenthousiasteling is, kon er goed mee uit de voeten en de anderen natuurlijk helemaal. "Een interessante kijk, dit venster op de wereld, het lijkt wel een denkraam", zei mijn overbuurvrouw. De zanggroep "de Ooijse Meiden" vulde voor Ooij soepel in wat voor Nederland een hele tijd maar niet wilde lukken nl. de vraag "wat vinden wij de moeite waard hier". Fraai gezongen, ondanks een af en toe wat haperende microfoon. Natuurtalent Marcel Driessen uit Millingen speelde zoals mijn buurman zei "iedereen de boks van de kont". Knap en met veel eerbied voor "Jouw Grijze Haren". Dans en showorkest "De Spetters" kreeg na zo'n tijdje zitten moeiteloos de beentjes van de vloer. Het ging van "bumperdansen tot lijntrekken", dit laatste wordt ook wel aangeduid met lijndansen, in ieder geval geen last van een partner, maar van vele, denk ik dan wel eens. Maar de speelse heren hadden er schik in en de zaal ook. Klapstuk van de veiling was de zangkunst van het koor Cantabile uit Horssen. Zij brachten romantische en religieuze Russische liederen, volksmuziek van de Balken maar ook Nederlandse composities, al voel je je bij Piet Hein en een Karretje op de Zandweg reed wel erg de armoede van het Nederlandse Volkslied. Gelukkig zijn er ook nog andere en dan bedoel ik niet Ach Vader lief toe drink niet meer... en andere meeslepers. Tenslotte dankte waarnemend voorzitter Jan Donderwinkel alle medewerkers aan de middag, op het toneel, in de zaal maar vooral die achter de schermen. De complete commissie kreeg een luid applaus en een roos in de vaas. "Dan hou je er toch nog leuks iets aan over", sprak een oma tegen haar taxichauffeur spelende kleinkind en ze liet zich behaaglijk in de autostoel zakken. De lekkere koffie en de broodjes en de gezelligheid hadden hun weldadige werk gedaan. Cheng Van Tung.

 

Ooijse ouderen tussen goud en diamant.

 

Doelgroep 11 x 5 jaar verenigd.

 

Ooijse mensen houden wel van een feestje. Het leven kan immers soms maar kort zijn, dus op zijn tijd een verzetje dat houdt de vaart er in. Voor het 55-jarig jubileum van zaterdag 21 oktober hadden onze Ooijse Ouderen flink gespaard. Dus kon de feestcommissie aan het werk. Nieuwe commissie, nieuwe leden, dus een nieuw geluid, dit keer met een hoog carnavalsgehalte. Ton Kamps en de zijnen zetten een programma neer met letterlijk voor elk wat wils. Om alle vooroordelen te bevestigen had de commissie voor de cultuur maar een paar stadsen uitgenodigd. Nijmeegse stadsen voor de Ooijse stadsen, eigenlijk niet eens zo gek. Het bleek om Het Nijmeegs Blaasensemble te gaan. Nu heeft bijna ieder van ons mensen wel een blaas dus iedereen kan meedoen, zou je zeggen. Een ander argument om het culturele gedeelte wat extra op te poetsen was dat het cultuurminnende deel van het College van Burgemeester en Wethouders op bezoek zou komen. De wethouder sociale zaken was verhinderd en wat zie je dan.....?, precies overleven betekent aanpassen en dat weten ouderen maar al te goed. Het muziek gezelschap speelde heel verdienstelijk van Mozart, een paar stukken uit de "Bruiloft van Figaro". In de pauze van het concert vroeg een deftig uitziende mevrouw van elders, wijzend op een fagot, "Wat is dat eigenlijk voor instrument". "Mevrouw dat is een Leuthse kachelpijp met mondstuk. Vroeger werden ze bij de Reomie gemaakt", sprak een kenner. Maar terug naar het verhaal. Tijdens de voorbereiding van dit 18e eeuwse trouwfeest spelen zich natuurlijk allerlei gebeurtenissen af. Een zekere Graaf had zijn oog laten vallen op een schone dame en in die tijd was het zo dat ze daar natuurlijk vaak niet mee getrouwd waren. Onze edelman had stoute gedachten en dat hoor je ook, zij het wat spottend, aan de muziek. Zijn Gravin had daar veel verdriet over, maar uitte dat zo beleefd en zo hoofs dat het nog mooie muziek werd ook. Bij hoogtronende dames van dit moment welke het  "recht door zee"-recht prediken, brengt dat waarschijnlijk een andere tekst met zich en misschien wel geen muziek op, welke ze over een paar eeuwen nog spelen. Ook het stuk over onze overburen, "In de Betuwe" werd leuk gespeeld. De Betuwe is een groot gebied en het leverde dus ook een groot stuk muziek op, eigenlijk iets te lang voor onze Ooijse oren. Het gezelschap kreeg verdiend een fraai applaus. Er waren ook mensen die zeiden, als ik dit soort muziek hoor thuis, dan zet ik de stofzuiger aan. Ze zullen het dan wel erg schoon hebben zei mijn buurman. Vervolgens beklom onze commissievoorzitter het preekgestoelte. U kent het verschil tussen een preekstoel en buutton? Als iemand op de preekstoel een verhaal houdt dan lachen ze in de hemel, als iemand in de buutton een verhaal houdt dan lachen ze in de zaal. Dus best riskant om dan iets te vertellen over computers dellen en hard- en sofware. Dellen kennen de meeste mensen wel, al willen ze het niet weten, maar software komt thuis soms van pas als je behoefte hebt aan een zachte landingsbaan als je met je vrouw wat goed te maken hebt na een avondje jezelf te zijn geweest en hardware wordt soms vertaald met "hardhoornigheid". Aldus mijn carnavaleske PC-informant. In ieder geval boeiend om het feest der herkenning te horen opklinken. De zanggroep "de Ooijse Meiden" zong de Ooijse Canon, het overzicht van wat je als echte Ooijse eigenlijk wel weet en mooi vindt. Heel verdienstelijk, al hield een haperende microfoon veel moois "achter de hand". "Dit wordt morgen nog verholpen", verzekerde een geschrokken chef de cuisine. Marcel Driessen uit het meest muzikale dorp van de polder liet ons genieten van zijn natuurtalent met de accordeon. Hij oogstte menig knipoogje van de dames en de zaal deinde weer eens ouderwets mee. Hij had zelfs de moeite genomen om zijn volksliedjes op tekst rond te delen, charmant en met veel effect. Dans en showorkest "de Spetters" (in ieder geval van toen), kreeg ook menig beentje van de vloer en zeg nou zelf dan zijn benen toch het mooist. Klap op de vuurpijl was echter het koor Cantabile uit Horssen. Het stal uitgebreid de show, mede dank zij een nog steeds heel fraai uitziende, van oorsprong, Ooijse heer. Zelfs zijn nicht, tegenwoordig wonend in Kekerdom was ondeugend trots op hem en dat zag je ook. Maar buiten dat was het vooral genieten van het brede repertoire van Russische-, van Balkan- en zelfs van Nederlandse muziek. Vooral het Oost-Europese deel was erg romantisch, zeker het deel waarin de Wolga, de grootste Russische rivier, een belangrijke rol speelt. Een gezelschap mannen vist op de rivier en het is verboden om dames mee te nemen. Maar iedereen weet liefde is blind, ook voor gevaar, en een schone dame laat zich niet verbergen dus....volgens de toen geldende wetten: overboord!. Overboord lieveling, overboord schone dame, overboord romantische toekomst. Helaas niet overboord de vreugdevolle vorm van verstandsverbijstering, die verliefdheid heet. Blijft over dus de naweeën wegmasseren met een bewogen lied. Hetzelfde geldt voor het jonge stel op de Balkan, waar de manlijke helft voor de koning moet gaan vechten, mijn liefje wat te doen, zelfmoord, toch maar gaan, deserteren? Via prachtige Russische kerkmuziek, romantische klanken over een Engelse tuin met alles er op en er aan, de Belle Rose du Printemps ( de mooie roos in de lente), komt dan ter ontnuchtering ons eigen Nederlandse Piet Hein, het karretje dat op de zandweg reed en we zijn weer thuis met ons Ubbergs Volkslied. Natuurlijk kwam ook ons Ooijs volkslied over tafel. Het Ooijs volkslied is naar zijn zeggen samengesteld door Sjef Wieland, juist na de oorlog geschreven. Maar pas aan de bar werden daar twijfels over uitgesproken. Als je een lied kunt schrijven in de buurt van 1945 dan moet je dan toch minstens 18 jaar zijn. Op dit moment zou hij dan ongeveer 78 moeten zijn. Maar Sjef heeft een sportverleden en dan zie je niet zo goed hoe oud mensen zijn. Toch maar eens zijn vrouw vragen. Voor het naar huis gaan werd de maag nog even gevuld met brood en koffie en vervolgens toog men zowel sociaal als cultureel als magelijk gevuld voldaan naar huis met dank aan de bediening van de Sprong en uiteraard aan de commissie. Waarnemend voorzitter Jan Donderwinkel zette de commissie nog eens in de bloemen en de zaal stemde in met een daverend applaus. Helemaal tenslotte moest hij vertellen dat hij niet alleen de commissieleden met een bloemetje had bedacht, maar ook in de kerk het Maria-altaar en vooral ook de gedenkplaats met de nagedachteniskruisjes met veel namen van onze eigen leden. Eigenlijk al een voorproefje van Allerheiligen en Allerzielen tegelijk. Wat kan een geloof soms toch eenvoudig zijn. Piet Soerier.